Ontvang of betaal je regelmatig contant geld? Dan is een kasboek een onmisbaar onderdeel van jouw administratie. In een kasboek noteer je alle bewegingen van contant geld: wat er in de kas komt, wat eruit gaat en welk bedrag er daarna nog aanwezig moet zijn.
Met een goed kasboek sjabloon werk je consequent en voorkom je verschillen tussen je administratie en het geld in de geldlade, kluis of envelop. Dat is handig voor ondernemers, verenigingen, stichtingen, marktkramen en kleine projecten met een gezamenlijke kas.
Op deze pagina vind je een bewerkbaar kasboek sjabloon en duidelijke uitleg. Je kunt het document aanpassen aan jouw situatie, bijvoorbeeld met extra kolommen voor btw, categorieën of bewijsstukken.
Wat is een kasboek?
Een kasboek is een chronologisch overzicht van alle contante inkomsten en uitgaven. Elke kastransactie krijgt een eigen regel. Je begint met het beginsaldo, verwerkt daarna iedere ontvangst en betaling en berekent na elke regel het nieuwe kassaldo.
Een kasboek gaat alleen over fysiek geld, zoals munten en bankbiljetten in een kassa of kas. Een betaling per pin, bankoverschrijving, automatische incasso of online betaaldienst hoort niet in het kasboek. Die transacties verwerk je in jouw bankadministratie.
Wanneer heb je een kasboek nodig?
Je gebruikt een kasboek zodra je contant geld ontvangt of uitgeeft. Denk aan een winkel met een kassa, een horecaonderneming, een marktstand, een clubkantine, een collecte, een buurtactiviteit of een ondernemer die kleine contante uitgaven doet.
Ook wanneer je weinig contante transacties hebt, is vastlegging belangrijk. Een eenvoudige, volledige registratie maakt later duidelijk waar het geld vandaan kwam en waaraan het is besteed.
Waarom een kasboek bijhouden?
Een kasboek geeft dagelijks inzicht in jouw beschikbare contante geld. Je ziet snel of het verwachte saldo overeenkomt met het werkelijk getelde bedrag. Daarmee kun je invoerfouten, vergeten uitgaven en onverklaarde kasverschillen vroeg ontdekken.
Daarnaast vormt het kasboek een onderbouwing van jouw boekhouding. Bewaar daarom bij iedere regel een bon, kwitantie, factuur of ander bewijsstuk. Vermeld het nummer van dat document in jouw kasboek, zodat je een transactie eenvoudig kunt terugvinden.
Voor ondernemers is een betrouwbare administratie extra belangrijk. De Belastingdienst legt op Administratie bewaren uit dat je jouw administratie zo moet inrichten dat jouw rechten en plichten duidelijk blijken. Een zorgvuldig bijgehouden kasboek kan daarbij horen als je met contant geld werkt.
Regels voor een kasadministratie in Nederland
Er bestaat niet één verplicht standaardformulier voor een kasboek. Wel moet jouw administratie betrouwbaar, controleerbaar en volledig zijn. De gegevens moeten aansluiten op de werkelijkheid en je moet boekingen kunnen onderbouwen met originele of goed bewaarde bewijsstukken.
Noteer kasmutaties bij voorkeur direct op de dag waarop ze plaatsvinden. Bij veel contante ontvangsten is een dagelijkse afsluiting verstandig. Tel aan het einde van de dag of werkperiode het aanwezige geld en vergelijk dit met het saldo in het kasboek.
Voor zakelijke administraties geldt doorgaans een bewaarplicht. Welke gegevens je bewaart en hoe lang, hangt af van het soort gegevens en jouw situatie. Raadpleeg de actuele informatie van de Belastingdienst als je jouw administratie voor belastingdoeleinden inricht.
Een kas mag niet negatief worden
Een belangrijk controlesignaal is een negatief kassaldo. Je kunt niet meer contant geld uitgeven dan er volgens jouw administratie in kas zit. Verschijnt er toch een minbedrag? Controleer dan of je een ontvangst bent vergeten, een bedrag verkeerd hebt ingevoerd of een opname vanuit de bank niet hebt vastgelegd.
Heb je wisselgeld in de kassa? Leg het vaste bedrag vast als beginsaldo of als afzonderlijke storting in de kas. Zo blijft duidelijk welk deel van het geld omzet of andere ontvangsten is.
Welke gegevens moeten in een kasboek staan?
De exacte indeling mag je aanpassen, maar een bruikbaar kasboek bevat minimaal voldoende informatie om iedere mutatie te begrijpen en te controleren. Gebruik voor elke kasbeweging een aparte regel.
- De datum van de ontvangst of uitgave.
- Een doorlopend volgnummer of boekstuknummer.
- Een duidelijke omschrijving van de transactie.
- De naam van de betaler, ontvanger of leverancier, als dat relevant is.
- Een verwijzing naar de bon, kwitantie, factuur of andere onderbouwing.
- Het ontvangen bedrag onder kas in.
- Het betaalde bedrag onder kas uit.
- Het nieuwe kassaldo na de transactie.
- Eventueel de categorie, btw-specificatie of grootboekrekening.
- De datum en uitkomst van een kascontrole bij een dagafsluiting.
Gebruik bedragen altijd op dezelfde manier, bijvoorbeeld met twee decimalen. Vul een lege cel niet stilzwijgend in als nul wanneer dat onduidelijkheid kan geven. Een streepje of € 0,00 maakt duidelijk dat er geen ontvangst of uitgave is geboekt.
Verschil tussen een kasboek en verwante documenten
| Document | Waarvoor gebruik je het? | Wat leg je vast? | Relatie met het kasboek |
|---|---|---|---|
| Kasboek | Dagelijkse registratie van contant geld | Alle kasontvangsten, kasuitgaven en het saldo | Het centrale overzicht van de contante kas |
| Bankboek | Registratie van betalingen via de bank | Afschriften, bij- en afschrijvingen | Bevat geen gewone contante transacties |
| Kwitantie | Bewijs van ontvangst of betaling | Partijen, bedrag, reden en datum | Kan dienen als bewijsstuk bij een kasregel |
| Factuur | Verzoek om betaling voor goederen of diensten | Prestatie, prijs, btw en betaalgegevens | Wordt pas een kasboeking wanneer contant betaald is |
| Dagstaat | Overzicht van omzet of kassa-afsluiting per dag | Verkoop, betaalwijzen en tellingen | Kan de totalen leveren voor één of meer kasboekregels |